Kinderen bewegen van nature veel en graag. Ongemerkt leren ze vaardigheden die ze de rest van hun leven nodig hebben. Ieder kind leert en ontwikkelt zich op zijn eigen manier en in zijn eigen tempo. Wanneer kinderen moeite ervaren bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten, kan een kinderoefentherapeut hulp bieden.

Hierbij kan gedacht worden aan: niet goed meekomen tijdens de gymles (ballen, klimmen, evenwichtsoefeningen), het buitenspelen maar ook aan moeite met kleuren en schrijven. De kinderoefentherapeut sluit tijdens de behandeling aan bij de activiteiten waar het kind moeite mee heeft. Spel en plezier in bewegen staan tijdens een kinderoefentherapeutische behandeling op de voorgrond!

Indicaties voor oefentherapie zijn:

  • Vaak struikelen of vallen
  • Moeite met leren fietsen
  • Angstig bewegen
  • Niet goed kunnen rennen, springen, klimmen, hinkelen, ballen
  • Moeite met leren zwemmen of meekomen met sporten en spel
  • Opvallende onhandigheid, eventuele diagnoses DCD, dyspraxie
  • Houterig bewegen
  • Moeite met zelfredzaamheid zoals aankleden, drinken inschenken, eten met bestek, veters strikken
  • Problemen met knutselen
  • Problemen met leren schrijven

Oefentherapie heeft ook alles te maken met houdingen! Soms kunnen jonge kinderen moeite hebben om goed recht te staan of te zitten. Dit kan door verschillende oorzaken komen, bijvoorbeeld: Beenlengteverschil, scoliose, spierverkortingen of neurologische oorzaken.  Ook ‘tenenlopers’ kunnen verschillende oorzaken hebben. Door onderzoek wordt vaak de oorzaak duidelijk en kan de behandeling daarop aangepast worden.

 

Onderzoek

Na de aanmelding door leerkracht of ouders, zal als eerste de hulpvraag worden geïnventariseerd. Dit gebeurd door een gesprek met ouders en eventueel contact met leerkracht. Zo wordt duidelijk met welke activiteiten het kind moeite heeft en welke tests er nodig zijn om het motorisch functioneren van een kind goed in kaart te brengen. Ook zal er dan gevraagd worden aan het kind of hij/zij graag ergens beter in wil worden (rekening houdend met de leeftijd).

Op basis van de hulpvraag en het motorisch onderzoek stelt de kinderoefentherapeut, indien mogelijk samen met het kind en ouders, behandeldoelen en een behandelplan op. Dit wordt weergegeven in een verslag. Het verslag wordt vervolgens met de ouders besproken zodat het voor hen duidelijk is op welke manier aan de hulpvraag gewerkt kan worden.

Behandeling

Het doel van de behandeling is het aanleren van motorische activiteiten zodat het kind mee kan doen met leeftijdsgenootjes. Dit gebeurd altijd spelenderwijs, want het is van groot belang dat het kind plezier krijgt in het bewegen! Ouders krijgen daarnaast adviezen, oefeningen of spelletjes om thuis te oefenen. Gedurende de behandel­periode wordt de vooruitgang regelmatig geëvalueerd.

Sommige kinderen hebben het nodig om geleerde vaardigheden te oefenen met andere kinderen erbij. Daarom worden soms behandelingen gecombineerd of een klasgenootje gevraagd om mee te oefenen.

Er zal zoveel mogelijk gewerkt worden met vaste tijden voor de kinderen tijdens of na schooltijd. Ook kinderen van andere scholen zijn welkom op de praktijkadressen.